Ik wordt wakker als Gerard uit bed springt om te douchen. Gerard ligt boven in een van de bunkbeds en moet een behoorlijk stuk omlaag springen. Even later nadat Gerard eruit komt duikt ook Otto de badkamer in. Nadat we allemaal aan de beurt zijn geweest gaan we op zoek naar een kop koffie. We hebben afgesproken bij de eerste tankstop te gaan ontbijten, dus voor nu enkel koffie. Daarna gaan we nog even op het zonnedek kijken hoe het schip de richting Kiel vaart. Rond half tien mogen we naar de motoren, dus we zorgen dat we van te voren in de hut zijn om onze spullen op te halen. Met onze spullen lopen we naar de motor. Althans dat probeerden we, met al onze navigatie capaciteiten moesten we uiteindelijk toch bakzeil halen en een matroos vragen waar onze motoren stonden. De matroos bracht ons waar we moesten zijn, we bedankten hem hartelijk. Het beladen was zo gebeurd, door dat we rekening hadden gehouden met beladen eergisteren. Voor mij betekende dat enkel de tanktas vast maken en een tas in de zijkoffer doen. Daarna kun je de spanband verwijderen die de motor op z'n plaats houdt. We horen auto's starten maar wij moeten nog even wachten tot de auto's die ons insluiten wegrijden. Nu zijn wij aan de beurt, met een keurige slalom slinger ik naar ramp omlaag om vervolgens het schip uit te rijden. In Kiel regent het maar ik rij ons eerst uit de drukte van de haven weg, alvorens op een parkeerplaats te stoppen om onze regenkleding aan te doen. Even later wordt het verkeer in Kiel steeds drukker en voor dat we de ringweg bereiken rijden we in een file. Na een poosje zie ik dat de temperatuur van het blok oploopt. Een RT heeft een luchtgekoeld blok en heeft rijwind nodig om te koelen. En om iedere keer de motor uit te zetten is ook al zoiets. Maar dan rijden we eindelijk op de rondweg die ons naar de autobahn voert. Op de autobahn gaat het gas erop. Na een 70 kilometer zie ik de afslag naar tankstation Holmmoor en ik draai er af, voor brandstof voor de motor, maar nog meer voor brandstof voor mij. Gelukkig is er een complete bakkerij in het tankstation. Ik koop een kop koffie en een soort van kaas met tomaat brood, heerlijk. Ik laat me goed smaken. Voor we weer verder rijden ga ik nog maar een keer een sanitaire stop maken, tenslotte moeten we weer twee uur rijden. Dit blijkt later een toch niet zo te zijn. Bij Bremen rijden we weer een bui in en het valt me op dat Gerard en Otto opeens naar rechts gaan. Ik neem aan om de regenkleding aan te doen. Ik zelf had deze aan gehouden. Maar ik ga er voor de zekerheid bij de volgende parkeerplaats eraf gelukkig was deze niet ver. Ik loop terug naar de afslag zodat, als Gerard en Otto komen zij mij zien. Maar het duurt wel heel lang, ik ga maar eens bellen. In eerste instantie krijg ik geen contact, maar ff later belt Otto terug dat hij met pech langs de snelweg staat. Hij heeft inmiddels contact met de ANWB alarm centrale gehad en hulp is onderweg. Jeroen en ik rijden weer terug naar Otto en Gerard het is een kleine 15 kilometer van de parkeerplaats. Ik kijk nog even naar de zekeringen van Otto´s motor maar kan niets abnormaals vinden. We wachten en kijken hoopvol naar ieder geel voertuig dat voorbij rijdt.Na een poosje besluit ik maar bij te gaan zitten en het dagboek bij te werken. Na een uurtje of twee ben ik wel klaar mee. Otto belt nog eens met de ANWB die melden dat ze ons niet kunnen vinden. Otto verteld nogmaals met veel detail waar we staan. Na nog een uur verschijnt er dan toch een ADAC voertuig. Hij doet ongeveer het zelfde wat wij ook al hebben gedaan en geeft dan op. Hij verteld Otto dat de motor moet worden afgesleept. Hij wordt naar de dichtstbijzijnde dealer gebracht. Deze bekijkt of hij de motor in 48 uur kan repareren. Kan dat niet dan wordt de motor verder afgesleept naar Nederland. Otto is het er niet mee eens en checkt nog een keer met de ANWB, maar het schijnt toch zo te zijn. Even later arriveert de sleepwagen en de motor wordt vakkundig opgeladen. Wij volgen de sleepwagen naar de dealer. Deze blijkt vlakbij te zijn. Bij de dealer bespreekt Otto dat hij met ons naar huis rijdt. Als het nodig is rijdt hij volgende week weer terug om zijn motor op te halen. Inmiddels is het al redelijk laat, half zeven en we eten eerst een hamburger menu bij de Mc Donalds aan de overkant. De stemming is er een beetje uit, maar met een hamburger een cola komen we weer op krachten. We vertrekken weer richting Nederland. De rit gaat voorspoedig en we hebben goed de vaart erin. We stoppen nog een keer voor brandstof en koffie. Bij Osnabruck rijden we nog een heftige bui in. Maar niets kan ons nog stoppen. De ezels ruiken de stal. Om circa tien uur arriveren we bij tankstation de Bolder aan de A1 bij Holten, daar waar het allemaal begon, voor een laatste tankstop van vandaag. We besluiten met z´n allen nog naar Otto te gaan en daar elk ons weegs te gaan. Om circa elf uur zijn we thuis bij Otto. We groeten hem nogmaals en vertrekken dan snel naar huis. Ik rij nog een stuk met Jeroen mee, bij Amersfoort groet ik hem en dan is het nog een klein half uurtje voor dat ik thuis ben. Om precies vijf voor twaalf rijd ik de motor achterom op de plaats en geef mijn aangesnelde lief een hartstochtelijke kus, thuis komen is soms mooier dan reizen.

Deze website maakt gebruik van cookies enkel om de website goed te laten functioneren, er wordt geen persoonlijke data vastgelegd.
Ok